Zindelijkheid

Download de folder 'Zindelijkheid' via de button 'Downloaden'. Kan je de tekst in de folder niet goed lezen omdat je bijvoorbeeld een hulpprogramma gebruikt? Hieronder vind je de tekst uit de folder.

Zindelijkheidsontwikkeling

Zomaar laten gaan moet zelfbeheersing worden

Een kind moet, net als bij lopen, zijn eigen tempo bepalen. Je kunt hem eigenlijk niet zindelijk maken, hij* wordt zindelijk. Het enige dat je als ouder kunt doen, is een zo gunstig mogelijke omgeving scheppen. Het geheim van de juiste manier van zindelijk worden ligt in een goede communicatie tussen ouder en kind. Plassen en poepen zijn even normaal als eten, lopen en praten.

Lichamelijk gezien is je kind pas tussen de anderhalf en twee jaar ver genoeg ontwikkeld om zijn darm- en blaasspieren onder bewuste controle te houden. De spieren en zenuwen moeten het kunnen.

Drie fasen

Zindelijk worden verloopt in drie fasen:

  1. Je kind leert eerst zijn darmen te controleren. Dit is een lichamelijke ontwikkeling, geen verstandelijke
  2. Controle over de blaas overdag
  3. Beheersing over de blaas gedurende de nacht

De bewustwording van de peuter doorloopt ook drie fasen:

  1. De peuter wordt zich bewust dat hij geplast of gepoept heeft
  2. De peuter wordt zich bewust wat hij aan het doen is
  3. De peuter wordt zich bewust dat hij het moet gaan doen

Wat je kunt doen om je kind te helpen zindelijk te worden

  • Let op signalen wanneer iets op komst is of gebeurd is. Wiebelen, een geluid, een bepaalde gezichtsuitdrukking
  • Laat je peuter wennen aan het potje, maak hem er vertrouwd mee. De po op het hoofd, knuffelbeer op de po..
  • Speel in op het imitatiegedrag. Een peuter rond de twee jaar wil alles nadoen wat hij anderen ziet doen. Dit kun je als hulpmiddel gebruiken. Voorbeelden van ouders en oudere kinderen die naar het toilet gaan, werken stimulerend en voorkomen een taboesfeer. Een ongedwongen houding tegenover alles rondom het toilet is van invloed en uit zich bijvoorbeeld ook in de gezelligheid waarmee het toilet is aangekleed, het met elkaar babbelen terwijl er een plasje gedaan wordt, enzovoort. De sfeer er omheen, zeker in het begin, moet prettig gehouden worden. Je kunt je peuter wat afleiden met praten en spelletjes
  • Breng regelmaat en rituelen in. Op vaste tijden, bijvoorbeeld na het ontbijt of het slaapje, je peuter kort op het potje zetten (niet langer dan vijf minuten)
  • Prijs wanneer er iets is opgevangen, maar doe dit niet te overdreven. Je peuter moet leren aan te geven wanneer hij iets gedaan heeft en daarna wanneer hij iets moet gaan doen. Dit kost enige tijd. Belangrijk is dat je nooit boos wordt als het niet lukt, dat doe je immers ook niet wanneer een peuter gaat leren lopen en nog struikelt. Er zijn vaak dagen dat het goed gaat, maar ook dagen dat het helemaal niet lukt
  • Trek, wanneer de zindelijkheid al een tijdje op weg is, je peuter geen luier meer aan maar een gewoon katoenen of badstof broekje. Je kind voelt daarin het eerste beetje plas makkelijker aan en dat kan geen prettig gevoel zijn. Soms kun je ook een katoenen broekje in de luier aantrekken
  • Geen overdreven houding. Geen overdreven reacties en te groot enthousiasme door bijvoorbeeld aan iedereen te laten zien dat je kind een plasje heeft gedaan, maar gematigd plezier om de vorderingen van je peuter en niet stilstaan bij de mislukte pogingen

Wanneer kan ik beginnen met zindelijkheidstraining?

De beste tijd om een kind te helpen zindelijk te worden, is als het kind zelf aangeeft dat het de vieze of natte luier akelig gaat vinden. Als je daar niet op wilt wachten, houd dan een paar dingen in de gaten:

  • Begin niet in een tijd dat je het extra druk hebt, bijvoorbeeld voor de feestdagen
  • Begin niet als er binnenkort ingrijpende dingen gaan gebeuren, zoals een verhuizing of de geboorte van een broertje of zusje
  • Het is handig om in de zomer bij warm weer te beginnen. Je kunt je kind dan enkel in een broekje laten lopen

Je eigen lichaam

Zindelijk worden heeft te maken met het voelen van je eigen lichaam, je moet erop letten wat je bij jezelf voelt. Voor het eerst komt er een soort scheiding tussen het boven- en onderlichaam. Wat er van boven ingaat is lekker en goed. Wat er van onderen uitkomt is vies en moet weg. Je bent blij als je kind een plas of hoop op de po heeft gedaan, maar daarna spoel je het zo gauw mogelijk weg. In de ogen van een kind is dit een merkwaardige scheiding. Kinderen maken er graag grapjes over: “een broodje poep” of “een glaasje pies”. Dit hoort erbij. Kinderen gaan ontdekken dat jongetjes anders zijn dan meisjes en vaders anders dan moeders. Dat is gek en levert vaak veel vragen en grapjes op. Beantwoord de vragen en lach rustig af en toe mee. Dan gaat het geheimzinnige er gauw af.

Een terugval heeft altijd een oorzaak

Kinderen die bezig zijn met zindelijk worden of dit al even zijn, kunnen soms een terugval krijgen. Het wil dan even niet meer lukken om op tijd aan te geven dat ze moeten of verliezen ineens weer alle belangstelling. Probeer in dat geval de oorzaak te achterhalen en belangrijker nog, probeer het feit te accepteren.

Oorzaken voor een terugval kunnen zijn:

  • Ziekte
  • Gezinsuitbreiding
  • Verhuizing
  • Heimwee bij logeren
  • Eerste keer naar de peuterspeelzaal of basisschool

Geef je kind eventueel extra positieve aandacht en lever geen kritiek. Spreek met je kind af of hij liever een luier om wil of niet. Geef hem het zelfvertrouwen terug.

De meeste kinderen zijn rond hun vierde jaar overdag goed zindelijk en rond het zesde jaar ook ‘s nachts. Ook hier geldt dat ieder kind zijn of haar eigen ontwikkeling volgt en de één dus vlotter zindelijk is dan de ander. Vrijwel alle kinderen worden op den duur zindelijk. Slechts bij 2% van de kinderen die in bed plassen, is er een medische oorzaak te vinden.

Zindelijkheid 2-3 jaar, stappenplan

  1. Stap 1 Let op signalen wanneer iets komt of gebeurd is
  2. Stap 2 Laat je kind wennen aan het potje, maak hem er vertrouwd mee (po op het hoofd, knuffelbeer op de po)
  3. Stap 3 Voorbeeldgedrag: zelf voordoen, inspelen op het imitatiegedrag
  4. Stap 4 Regelmaat en rituelen inbrengen, niet langer dan vijf minuten op de po of het toilet. Kies wel voor vaste momenten
  5. Stap 5 Prijs wanneer iets is opgevangen, maak een grapje wanneer het niet lukt
  6. Stap 6 Help je kind wanneer hij het aangeeft
  7. Stap 7 Weg met de luier, in plaats daarvan een katoenen of badstof broekje laten dragen. N.B.: géén luierbroekjes gebruiken
  8. Stap 8 Geen overdreven houding: even kijken, gewoon prijzen en weg ermee: uitzwaaien/samen doortrekken
  9. Stap 9 Je kind gaat zelf naar het toilet of op de po. Vaak is er nog wel wat hulp nodig bij het afvegen
  10. Stap 10 Er is altijd een reden voor een terugval. Ga dan één of meerdere stappen terug

Heb je vragen?

Heb je naar aanleiding van deze folder nog vragen? Je kunt altijd contact met ons opnemen. Klik hier voor onze contactgegevens.

Advieslijn

010 - 24 23 200

De advieslijn voor het stellen van vragen over de opvoeding, groei en ontwikkeling van je kind is iedere werkdag van 09:00 tot 15:30 uur.

Inloopspreekuren

Er zijn verschillende inloopspreekuren in de wijk. Kijk voor een overzicht op www.cjgcapelle.nl

* Overal waar hij geschreven staat, kan ook zij gelezen worden.