Peuterpuberteit

Download de folder 'Peuterpuberteit' via de button 'Downloaden'. Kan je de tekst in de folder niet goed lezen omdat je bijvoorbeeld een hulpprogramma gebruikt? Hieronder vind je de tekst uit de folder.

Vanaf anderhalf jaar maken kinderen een stormachtige ontwikkeling door. We noemen deze periode de peuterpuberteit omdat kinderen sterk bezig zijn met het ontwikkelen van hun ego en wilsontwikkeling op deze leeftijd een grote rol speelt. Als je weet hoe je het beste met je peuter om kunt gaan en weet wat hij* nodig heeft, zal de opvoeding na deze periode ook makkelijker gaan. In deze tijd wordt namelijk de basis voor de opvoeding gelegd.

Kijken naar je kind

Als je peuter vaak lastig is, wordt het beeld dat je van je peuter hebt snel vertekend. Een kind dat drie keer achter elkaar niet luistert, lijkt op een kind dat nooit luistert. Terwijl hij die dag misschien wel vijftien keer wél geluisterd heeft.

Vanaf gemiddeld 1,6 jaar ontdekt je kind dat hij een eigen wil heeft. Veel peuters ontdekken dat ze geen deel van iemand zijn, maar een eigen persoon. Een gevolg hiervan kan zijn dat je peuter last krijgt van scheidingsangst. Een eigen ik, meer zelfstandigheid, kunnen lopen en ook weg kunnen lopen kunnen de peuter het gevoel geven dat hij verlaten is.

Je peuter zal zijn eigen willetje op allerlei manieren uittesten en uitoefenen, door bijvoorbeeld op zoek te gaan naar grenzen. Dit wordt gedaan in de omgeving waarin je kind zich het meest veilig voelt: bij jou, bij zijn papa en/of mama. Het is positief dat je kind zich durft af te zetten tegen degenen die hem het liefste zijn en waarvan hij nog helemaal afhankelijk is.

Besef van de eigen ik

‘Ik’ krijgt een plek in relatie tot anderen. Je kind gaat uitproberen hoe ver ‘ik’ reikt en wat ‘ik’ allemaal kan. “Ik wil zelf doen!” klinkt vast bekend in de oren, evenals “van mij!”. Je kind wil net zo behandeld worden als andere kinderen.

Je kind kan nog niet alles goed in woorden uitdrukken, maar communiceert wel op een andere manier. Bijvoorbeeld door te gillen en huilen, op de grond te gaan liggen, slaan of knijpen. Rond deze leeftijd begrijpt je peuter vaak al veel, maar kan nog niet uiten dat hij het ergens niet mee eens is. Dit is erg frustrerend voor je kind en resulteert vaak in driftbuien. Je peuter vraagt dan eigenlijk om grenzen en regels.

Je kind heeft het recht om boos te zijn en mag daar ook in bevestigd worden, ongeacht de reden tot boosheid. Loop niet over de gevoelens heen en lach je kind niet uit. Benoem de emotie die je bij je kind ziet. “Ik zie dat je boos bent, dat mag ook, maar...”

Omgaan met driftbuien

Soms is het goed om je peuter tijdens een driftbui even te laten uitrazen. Je peuter mag boos zijn en emoties uiten. Soms kunt je hem even oppakken en vasthouden, maar het kan ook helpen het gedrag van je peuter te negeren. Kijk naar je kind en bedenk wat hij nodig heeft.

Een peuter in de peuterpuberteit denkt vaak dat de wereld om hem draait. Dit maakt het lastig rekening te houden met gevoelens van anderen. Je kind doet dingen die niet mogen. Dit doet hij niet om te pesten, maar om uit te proberen en je grenzen op te zoeken. Daarnaast kan een peuter dingen nog niet zo lang onthouden. Om te weten of iets wel of niet mag, moet je peuter over bepaalde taalbegrippen kunnen beschikken, deze begrippen kunnen onthouden en weer reproduceren. Veel praten, regels uitleggen en steeds weer herhalen is dus belangrijk.

Een eigen wereld

Je peuter ziet geen gevaar, alles is leuk en aantrekkelijk. Het leven is één groot feest, een ontdekkingstocht met onbegrensde mogelijkheden. Je peuter leeft sterk in een eigen wereld en er dringt weinig door van wat je zegt. Houd rekening met luisterafstand en oogcontact en maak gebruik van lichaamstaal (bijvoorbeeld door je kind even aan te raken).

Een peuter is veel bezig met fantasie. Dat noemen we magisch denken. Dat wil zeggen dat er dingen in de beleving kunnen gebeuren die in werkelijkheid niet kunnen, bijvoorbeeld monsters onder het bed. De grote knuffel die op de kast staat, kan in de beleving van je peuter in het donker iets heel anders zijn. Je kind kan nog niet rationeel denken en kijkt dus anders tegen de wereld aan. Kinderen in de peuterleeftijd nemen de zaken ook letterlijk. Als je tegen een peuter zegt dat je hem wel kunt opeten, dan denkt hij dat het ook écht kan gebeuren.

Het is belangrijk dat je je kind veiligheid biedt door middel van regels en grenzen, zodat hij weet waar hij aan toe is en dingen uit kan proberen.

Regels en grenzen

Regels moeten passen bij de situatie en de leeftijd van je kind, maar ook bij zijn karakter. Grenzen stellen hoort bij het hebben van regels. Grenzen stellen doe je wanneer je peuter zich niet aan de regels houdt. Heel belangrijk hierbij is het consequent zijn. Ja is ja en nee is nee! In hoeverre jij en je partner op één lijn zitten is hierbij net zo belangrijk. Wat van papa niet mag, mag van mama ook niet.

Rituelen kunnen helpen. Naar bed gaan is niet leuk en afscheid nemen is moeilijk. Met een vast ritueel voor het slapen gaan weet je peuter waar hij aan toe is. Als volwassene heb je de dag vaak al van tevoren gepland. Je weet bijvoorbeeld al wanneer je boodschappen wilt gaan doen. Je peuter weet dat niet van tevoren en wordt ermee overvallen. Het helpt als je van tevoren vertelt wat er die dag gaat gebeuren. Dat geeft veel duidelijkheid en daarmee creëer je rust voor je peuter.

Voorbeeld

“Over vijf minuten gaan we opruimen, want we gaan boodschappen doen.” Om de vijf minuten inzichtelijk te maken, kun je een wekker zetten (bijvoorbeeld op je mobiele telefoon). “Als de wekker gaat, dan gaan we opruimen.”

Bij de ontwikkeling van je peuter horen ook moeilijkheden die hij moet overwinnen. Door een kind te verwennen en vaak toe te geven, ontneem je je peuter de kans om ervaringen op te doen en een stukje zelfstandigheid op te bouwen.

Bouwen aan het zelfbeeld

Je peuter doet iets en als ouder reageer je daarop. Je kind krijgt aandacht en dat leidt weer tot gedrag.

Voorbeeld

Je kind probeert zich alvast uit te kleden. Je reageert enthousiast en zegt dat je trots bent. Je kind krijgt je aandacht en een trots gevoel en zal het een volgende keer weer proberen.

Je benoemt hiermee gedrag en beloont je kind. Dit noemen we positieve aandacht.

Wat gebeurt er nog meer op deze leeftijd?

Een peuter doet alles na en leert de wereld door te imiteren

Je kind begrijpt niet dat er voor ouders andere regels gelden dan voor hem. Voorbeelden:

  • Er is ‘s avonds visite en het is gezellig. Het voelt voor je kind niet eerlijk dat hij naar bed moet, want papa en/of mama doen dat toch ook niet?
  • Je peuter moet alleen slapen en jij en je partner liggen samen in bed. Ook dat is niet eerlijk, zeker wanneer er enge beesten onder het bed liggen en je liever niet alleen bent.
  • “Mama mag zelf opscheppen, maar ik niet. Dan moet ik ook nog alles opeten, ook al wil ik helemaal niet eten of lust ik het niet!”
  • “Als papa nee zegt, dan is het nee. Als ik nee zeg, moet ik het toch doen. Dat is niet eerlijk.”
  • “Mama eet ‘s ochtends staand in de keuken aan het aanrecht een cracker, maar ik moet zittend aan tafel een hele boterham opeten terwijl ik de droge hap brood niet door mijn keel krijg. Niet te snappen.”

Een peuter leert wat ‘nee’ is

In eerste instantie is ‘nee’ een magisch woord. Als je ‘nee’ zegt, gebeuren er allerlei leuke dingen. Er wordt bijvoorbeeld van alles geprobeerd om je over te halen toch te eten. Zo komen er hapjes eten aanvliegen voor de hele familie (“eentje voor papa, eentje voor oma...”). Als je je mond helemaal dicht houdt, hoef je misschien alleen maar het lekkere toetje te eten of krijg je een boterham in plaats van die vieze aardappelen of rijst. Volwassenen gaan ook leuke dingen doen als je ‘nee’ zegt. Ze worden boos, kunnen gaan schreeuwen, aan je gaan zitten of worden verdrietig. Wat heb je dan veel macht als peuter!

‘Nee’ is dus een woord waar peuters macht mee kunnen uitoefenen. Het geeft ook een eigen mening. Als je écht ‘nee’ kunt zeggen als volwassene, sta je sterk in je schoenen. Je wilt je kind leren een eigen mening te hebben, zelfstandig te worden en voor zichzelf op te komen. Dat houdt in dat een kind vroeg kan leren wat ‘nee’ is en hoe hij daarmee om moet gaan. ‘Nee’ zeggen mag, ook al ben je nog zo jong, maar dat betekent niet dat je altijd je zin krijgt.

Een peuter wil kiezen

Iedereen mag kiezen, dus je peuter wil dat ook. Dat geeft ook macht over zijn omgeving. Kiezen is erg lastig, vooral wanneer je de consequenties van je keuze niet goed kunt overzien. Als ouder kun je je kind al in een vroeg stadium leren kiezen, bijvoorbeeld door je kind te laten kiezen welk shirt hij vandaag aan wil. Beperk de mogelijkheden. Een keuze uit twee dingen is al best moeilijk, een keuze uit vijf is al te veel. Je kunt als ouder sturen en grenzen aangeven, maar je kind ook het gevoel geven dat hij zelf gekozen heeft.

Een valkuil hierbij is je kind keuze geven waar hij helemaal geen keuze heeft. Bijvoorbeeld vragen of je kind mee gaat boodschappen doen, terwijl de boodschappen gewoon gedaan moeten worden. Je kind heeft het recht om ‘nee’ te zeggen op een vraag. Bedenk dus wanneer je iets vraagt of zegt. Het is voor een kind wel eens leuk om te zeggen dat hij geen zin heeft om naar buiten te gaan, bijvoorbeeld omdat het regent. Over vijf minuten is het misschien droog!

Heb je vragen?

Heb je naar aanleiding van deze folder nog vragen? Je kunt altijd contact met ons opnemen. Klik hier voor onze contactgegevens.

* Overal waar hij geschreven staat, kan ook zij gelezen worden.