Eten in de peuterleeftijd

Download de folder 'Eten in de peuterleeftijd' via de button 'Downloaden'. Kan je de tekst in de folder niet goed lezen omdat je bijvoorbeeld een hulpprogramma gebruikt? Hieronder vind je de tekst uit de folder.

Een kind in de peuterleeftijd is vaak een heel wisselende eter; hij of zij wordt kieskeuriger, ontdekt de eigen wil, wil zelf eten en imiteert graag de mensen om hem heen. Periodes van goed eten worden vaak afgewisseld met periodes van slecht eten, dit kan zelfs per dag verschillen. Ook kan een peuter vandaag iets lekker vinden en morgen hetzelfde niet meer lusten. Dit is normaal. Peuters groeien minder snel dan baby’s. De voedselbehoefte neemt dan ook af in de peutertijd.

Vanaf de leeftijd van 1 jaar kan een kindje in principe met het gezin mee eten. Een kind ontwikkelt zijn smaak als het op jonge leeftijd veel verschillend smakende voedingsmiddelen krijgt aangeboden en wordt uitgenodigd ervan te eten. Hoe vroeger een kind went aan vele smaken, hoe gezonder de voedingsgewoonte op latere leeftijd. Soms moet een smaak wel 10-15 keer worden aangeboden, voordat een kind deze accepteert. Geef dus niet te snel op als een kind iets niet lekker vindt, maar blijf het aanbieden.

Hoeveel een kind eet, is niet zo belangrijk. Kinderen weten vaak van nature hoeveel ze nodig hebben en zullen
zich niet gauw uithongeren. Leer vertrouwen op de eetlust van een kind en dring geen eten en drinken op. Ouders
bepalen wat en wanneer het kind eet; het kind bepaalt hoeveel het eet.

Bied per dag 3 hoofdmaaltijden aan en op vaste momenten iets tussendoor, maximaal 7 eet- en/of drinkmomenten totaal per dag. Het is goed het eten en drinken op vaste tijden en op een vaste plaats (bijvoorbeeld aan tafel) aan te bieden.

  • Voor een gezonde voeding is het belangrijk veel te variëren, met ruime hoeveelheden groente, fruit en bruin- of volkorenbrood.
  • Een peuter heeft voldoende aan 750 ml vocht, waarvan circa 300 ml aan melkproducten. Te veel drinken kan ervoor zorgen dat een kind minder goed gaat eten.
  • Stimuleer het drinken van water en (vruchten)thee zonder suiker, dit bevat geen calorieën en spaart de tanden.
  • Geschikte tussendoortjes zijn: fruit, rijstwafel, tomaat, komkommer, wortel, soepstengel en rozijntjes.
  • Beperk het gebruik van snacks, koek, snoep en frisdrank.

Peuters kunnen een terugval in eetgedrag krijgen, bijvoorbeeld tijdens en na een ziekteperiode/ziekenhuisopname. Ook het nemen van belangrijke ontwikkelingsstappen, zoals zindelijk worden of starten met peuterspeelzaal, kunnen een terugval geven. Daarnaast kunnen ook ingrijpende gebeurtenissen ervoor zorgen dat een kind tijdelijk minder goed eet. Denk hierbij aan de geboorte van een baby in het gezin, een verhuizing, een scheiding of overlijden in de familie.

Tips om goed eten te bevorderen

  • Zien eten doet eten; gebruik de maaltijden dan ook gezamenlijk met je kind en geef als ouder het goede voorbeeld.
  • Presenteer de maaltijd aantrekkelijk en betrek kinderen bij het klaarmaken ervan.
  • Stress vermindert de eetlust. Zorg daarom voor een ontspannen sfeer aan tafel.
  • Stimuleer je kind en geef vooral aandacht aan wat goed gaat. Zoek oogcontact, praat en beweeg rustig en kijk neutraal of vriendelijk.
  • Krijgt een kind negatief commentaar op slecht eten, dan zal de eetlust verder dalen.
  • Geef een kind de gelegenheid zelf te leren eten. Knoeien hoort erbij. Bepaal als ouders wel de grenzen (bijvoorbeeld door gooien met eten niet toe te staan).
  • Geef je kind voldoende tijd om nieuwe smaken te leren kennen. Kook geen aparte maaltijden. Het vaak aanbieden van apart voor het kind bereide maaltijden, zal het eetprobleem langer laten duren.
  • Bepaal als ouders samen de aanpak en steun elkaar bij de uitvoering ervan.
  • Vermijd conflicten aan tafel.
  • Spreek met elkaar tafelregels af (bijvoorbeeld: aan tafel blijven zitten tot iedereen klaar is) en geef je kind het voorbeeld met korte en duidelijke uitleg.
  • Beperk omgevingsprikkels, zet bijvoorbeeld de TV en telefoons uit tijdens de maaltijd.
  • Gebruik niet teveel afleidingsmanoeuvres om het kind te laten eten.
  • Neem voldoende tijd voor de maaltijd, maar laat deze ook niet te lang duren; 20-30 minuten aan tafel zitten is voor de meeste kinderen voldoende.

Tips voor als je kind niet wil eten

  • Wil je kind niet verder eten, haal dan het bord weg en bied geen alternatieven aan. Het volgende vaste eet- of drinkmoment biedt de eerste nieuwe kans.
  • Weigergedrag moet zo veel mogelijk worden genegeerd.
  • Dwing een kind niet en achtervolg een kind niet met eten. Eten opdringen kan leiden tot angst en verzet of overgewicht veroorzaken.
  • Als negeren niet mogelijk is, breng je kindje dan kort naar een rustige plek om bij te komen (time out).
  • Uithongeren, dreigen, straffen of het kind apart zetten tijdens het eten hebben geen positief effect. Angst en verzet zullen hierdoor alleen groter worden.
  • Geef ’s avonds en ’s nachts in bed geen eten of drinken, eventueel alleen wat water.
  • Gebruik eten niet om een kind te straffen of belonen (bijvoorbeeld: “je krijgt geen toetje als je niet goed hebt gegeten” of “als je je bordje leeg hebt, mag je een snoepje”).
  • Als het eten tijdelijk niet lukt, reageer dan neutraal en richt de aandacht op andere activiteiten met je kind die wel goed lopen. Zo blijft de band goed.
  • Zoek als ouder naar voldoende rust en ontspanning voor jezelf. Voorkom overbelasting en schakel op tijd hulp in. Hoe eerder een eetprobleem wordt opgelost, hoe beter!